Spelregels
De beurtelings balbezitpijl wordt aangeduid met BBP.
Onderstaande wijzigingen en interpretaties zijn gebaseerd op:
- Official Basketball Rules 2004 (valid as of 1st September 2004);
- FIBA Official Basketball Rules 2004 – Official Interpretations.
De opmerkingen bij de arbitrage techniek zijn gebaseerd op:
- Official Basketball Rules 2004 – Referees’ Manual – Two-Person Officiating.
Zie ook www.fiba.com
Stoelen in spelersbankgebied (art. 2.2.5 en 4.2.1)
Art.2.2.5 en 4.2.1 gecombineerd en korte verklaring toegevoegd.
Maximaal veertien (14) stoelen toegestaan, omdat een ploeg nu maximaal uit twaalf (12) speelgerechtigde leden mag bestaan; inclusief de aanvoerder.
(12 spelers + 1 coach + 1 ass.coach + max.5 bijzondere ploegbegeleiders – 5 spelers in het veld)
Ploegen (art. 4.1.4)
Art. 4.2.1 hier weggehaald en bij 2.2.5 bijgevoegd; tevens gevolg van deze regelwijziging aangetipt.
Gedurende een onderbreking worden alle speelgerechtigde teamleden als speler beschouwd.
Gevolg hiervan is dat een technische fout gedurende een onderbreking voor een playing-coach altijd wordt gegeven in zijn hoedanigheid als speler; zie ook Art.38. Zie ook nieuwe definitie van onderbrekingen: Art.8.5.
Spelers: Letsel (art. 5.6)
Een geblesseerde, gewonde of bloedende speler, hoeft niet te worden vervangen, indien hij tijdens een belaste time-out, ongeacht door welke ploeg aangevraagd, zodanig is hersteld/behandeld, dat hij weer aan het spel kan/mag deelnemen.
Interpretatie: in alle gevallen waarin enig ploeglid vanuit het spelersbankgebied zich op het speelveld begeeft om hulp te verlenen, is er sprake van hulpverlening en dient de gekwetste speler te worden vervangen.
Coach – rechten en plichten (art. 7)
Deze was in geheel niet opgenomen.
Ø Alleen de coach is het toegestaan te staan tijdens de wedstrijd (art. 7.5).
Gevolg is dus dat de assistent-coach niet meer mag staan; ook niet als de coach zit.
Ø In geval de regels de nemer van de vrije worp niet aanduiden, zal de coach de nemer van die vrije worpen aanwijzen (was aanvoerder) (art. 7.9)
Onderbrekingen (art. 8.5)
Deze was in geheel niet opgenomen.
Naast de bestaande onderbrekingen (intervals of play) – de pauzes tussen de kwarten en de eventuele verlenging(en) – is er een nieuwe periode gedefinieerd als “onderbreking”:
De periode vanaf 20 (twintig) minuten voor aanvang van het geplande tijdstip tot het begin van de wedstrijd (bal legaal getikt door één van de springer bij de openingssprongbal).
Aanvang en einde van een periode of wedstrijd (art. 9.1, 9.4 en 12.3)
Beschrijving ‘ter linkerzijde’ en interpretatie aangescherpt..
- Er vindt slechts één sprongbal plaats en wel bij aanvang eerste (1e) periode.
- Bij de overige periodes en verlengingen is de ‘beurtelings balbezitprocedure’ van toepassing.
- De thuisploeg is de beschikking over ‘bank’ en ‘basket’ ter linkerzijde van de jurytafel toegewezen; gezien vanaf jurytafel met gezicht naar het speelveld. In onderling overleg kunnen de ploegen een andere verdeling overeenkomen.
Interpretatie: indien de ploegen in de verkeerde richting spelen, dienen zij bij ontdekking van speelhelft te verwisselen en wordt de wedstrijd voortgezet, middels een inworp op de plaats, die gespiegeld is aan de plaats waar de wedstrijd werd onderbroken. Alles wat tot dan toe heeft plaatsgevonden (gescoorde punten, gemaakte fouten) blijft geldig.
Status van de bal (art.10.2)
De bal wordt ‘levend’, als deze ‘ter beschikking staat’ van de nemer van de vrije worp.
Sprongbal en beurtelings balbezit (art.12.4.8)
Extra uitleg, Interpretatie en Gevolg toegevoegd.
- Een ’technische’, ‘onsportieve’ of ‘diskwalificerende fout’ begaan door één van beide teams gedurende een ‘onderbreking’, anders dan voor de eerste (1e) periode, geeft geen wijziging van richting van de BBP tot gevolg.
M.a.w. de straf, 2x + zijkant, wordt geheel uitgevoerd en de BBP blijft staan; ongeacht door welke ploeg de straf wordt uitgevoerd.
- Een fout begaan door één van beide teams begaan gedurende een inworp als gevolg van de ‘beurtelings balbezitprocedure’, heeft geen wijziging van richting van de BBP tot gevolg.
Opmerking: Indien een dergelijke fout plaats heeft gedurende een inworp bij aanvang van een periode of verlenging, nadat de bal ‘ter beschikking is gesteld’ (bal dus ‘levend’ geworden) van de nemer van de inworp, echter vóórdat deze een speler op het speelveld raakt, zal deze conform de regels worden bestraft, daar deze fout wordt beschouwd als te zijn gemaakt, gedurende de wedstrijd.
Interpretatie: Indien per ongeluk de andere ploeg de bal voor een inworp krijgt toegewezen in plaats van de ploeg die er volgens de BBP recht op had, dan kan de fout worden hersteld tot de bal wordt aangeraakt door een speler op het veld.
Wordt de fout daarna ontdekt, dan kan de fout niet meer hersteld worden; de BBP blijft wel staan voor de ploeg die eigenlijk recht op balbezit had.
Gevolg: De BBP moet in de rust (tussen 2e en 3e kwart) omgedraaid worden; immers, de ploegen wisselen van speelhelft. (Scheidsrechter opgelet!)
Inworp (art.17)
Toevoeging na punt-komma.
Interpretatie: het is een speler in het veld niet toestaan, bij een speler die de inworp uitvoert, de bal vast te pakken of de bal uit diens handen te slaan (zie voor straf art. 38.3.1 achtste (8e) balletje); zelfs niet indien de inworpnemer de bal ‘boven’ het speelveld houdt (dus over de lijn). Dit geldt ook voor een ploeggenoot.
Belaste time-out (art.18.2.3)
Opmerking toegevoegd.
Een ‘time-outgelegenheid’ eindigt, als de bal 'ter beschikking staat’ van een speler voor de eerste of enige vrije worp.
Aanvang time-out: een time-out vangt aan, nádat de scheidrechter gereed is met zijn handelingen aan de jurytafel, voor de time-out fluit en vervolgens het geëigende signaal geeft.
Opmerking: Indien de coach treuzelt bij het einde van een time-out en hij gewaarschuwd is, dan wordt hij belast met een volgende time-out. Mocht hij er geen meer hebben, dan krijgt hij een C-fout. Zie verschil bij vervangingen.
Vervangingen (art.19.2.3 en 19.3.6)
Begin wisselgelegenheid toegevoegd.Foutieve vertaling gecorrigeerd (zie doorgehaalde passage). Verwijzing naar art.38 i.v.m. verandering.
- Een ‘wisselgelegenheid’ voor beide ploegen begint, wanneer de bal dood wordt, de wedstrijdklok is stilgezet en de scheidsrechter zijn communicatie met de jurytafel heeft beëindigd.
- Een ‘wisselgelegenheid’ voor de niet-scorende ploeg begint na een geslaagde veldscore in de laatste twee (2) minuten van het vierde (4e) kwart of in de laatste twee (2) minuten van elke verlenging.
- Een ‘wisselgelegenheid’ eindigt, als de bal ‘ter beschikking staat’ van een speler voor de eerste of enige vrije worp, dan wel voor een inworp.
- Vervangingen welke teveel tijd in beslag nemen, hebben een ‘technische fout coach’ met ‘B’-notatie tot gevolg. (Voorheen was dat een time-out).
Indien een vervanging te lang duurt, dan…
- uiteraard eerst de coach waarschuwen;
- bij herhaling de coach belasten met een time-out;
- indien de coach geen time-outs meer ter beschikking heeft, dan krijgt hij een B-fout.
Een verplichte vervanging na iemands 5e fout of diskwalificatie mag maximaal ongeveer 30 seconden duren.
Opmerking: coaches, scorers en scheidsrechters dienen kennis te hebben van het tijdstip waarop de ‘wissel-‘/ ‘time-outgelegenheid’ een aanvang neemt c.q. beëindigd is.
Interpretaties:
- daar het nu voor beide teams is toegestaan na een overtreding te wisselen, is dat ook van toepassing na een overtreding begaan door de nemer van de vrije worp bij de laatste of enige vrije worp. (Na een geslaagde laatste vrije worp mag nog steeds alleen de schutter vervangen worden en desgewenst mag de andere ploeg dan ook één (1) speler wisselen.)
- de situatie met meer dan vijf (5) spelers op het speelveld, is wederom als interpretatie opgevoerd; zie ook art.38 voor een verandering hierbij.
Dribbelen (art. 24, interpretaties)
N.B. toegevoegd
- Een stilstaande speler die de bal tegen bord aangooit en deze vervolgens opvangt, heeft gedribbeld.
- Een speler die een dribbel beëindigt, hetzij in beweging of tot stilstand is gekomen, mag de bal niet tegen het bord aangooien en weer opvangen (‘second dribble’).
N.B. Het tegen het bord aan gooien is dus alsof hij op de grond zou hebben gestuiterd. Let wel dat dit niet geldt voor een schot (naar oordeel van de scheidsrechter te bepalen), waarbij de bal de ring niet raakt. In dat geval mag dezelfde speler de rebound pakken.
Drie seconden (art. 26)
Aanscherping (wedstrijdklok)
Het tellen van de drie seconden neemt een aanvang, indien de ploeg die aanvalt, controle heeft over een ‘levende bal’ op de ‘aanvalshelft’ met een lopende wedstrijdklok.
Opmerking: Het is dus niet zo dat het tellen van de drie seconden begint, indien een speler de bal ter beschikking heeft voor een inworp aan de aanvalshelft (zoals dat tot voor een aantal jaren geleden wél het geval was).
Acht seconden (art. 28)
Het tellen van de acht seconden wordt onderbroken en na balinname door dezelfde ploeg hervat, indien er sprake is geweest van:
- een uitgaan van de bal (alleen aanraken) door de tegenstander veroorzaakt
- een geblesseerde speler van de eigen ploeg
- een ‘sprongbalsituatie’ die het gevolg is van een ‘dubbelfout’, een ’balvast-situatie’ of fouten die elkaar opheffen.
Opgelet: Het tellen van de acht seconden dient door de scheidsrechter te geschieden. Het aantal door hem getelde seconden gaat boven de weergave op de 24-secondenklok.
Vierentwintig seconden (art. 29)
Verwijzing artikelnummer interpretaties aangepast. Aanpassing-2 toegevoegd.Tweede interpretatie aangescherpt.
Aanpassing-1: Indien de bal het bord raakt of de ring mist, nadat het 24-secondensignaal heeft geklonken, wordt de wedstrijd niet onderbroken, indien een tegenstander rechtstreeks en ondubbelzinnig in het bezit van de bal komt.
Aanpassing-2: Indien de ‘beurtelings balbezit procedure’ van toepassing is en dezelfde ploeg krijgt balbezit als de ploeg die balbezit had ten tijde van het optreden van de situatie die leidde tot de ‘beurtelings balbezit procedure’, dan wordt de schotklok niet teruggezet en blijft er voor de aanval van die ploeg aan tijd beschikbaar wat er nog op de schotklok staat.
Interpretaties:
1 de situatie waarbij een doelende speler een 24-secondenovertreding begaat, gevolgd door een fout tegen deze doelende speler, is wederom als interpretatie opgevoerd. Zie ook art.4229 van de interpretaties
2 bij de situatie, waarbij er ná het 24-secondensignaal een ‘balvast’ plaats heeft, dan heeft de 24-secondenovertreding plaatsgevonden en wordt de wedstrijd voortgezet met inname van de bal, door de tegenstander van de ploeg die de doelpoging had ondernomen, ter hoogte van het verlengde van de vrije worplijn.
3 Zie bij interpretatie art.31 – Goaltending en Interference.
Goaltending en Interference (art. 31)
Interference bij niet-laatste vrije worp toegevoegd (Aanpassing-1). Aanpassing-2 aangescherpt (ook als scheidsrechter fluit). Interpretatie aangescherpt (rebound / nieuwe schotklok).
Aanpassing-1: Er is nu ook sprake van Interference bij een vrije worp, die gevolgd wordt door nog een of meerdere vrije worp(en), wanneer een speler – aanvaller of verdediger – de bal, de basket of het bord raakt zolang de bal nog de mogelijkheid heeft door de basket te gaan. (art.31.2.5 – 1e bolletje).
Aanpassing-2: Nadat de bal bij een doelpoging de ring geraakt heeft, nadat het eindsignaal heeft geklonken of de scheidsrechter heeft gefloten, mag deze niet door enige speler worden aangeraakt, zolang de bal de mogelijkheid heeft door de basket te kunnen gaan (art. 31.2.6).
Interpretatie: er is geen sprake van ‘Interference’, wanneer de bal bij een pass of rebound door een speler wordt geraakt, als hij van onderen door de basket reikt (zie ook art.13.2.2 – Hoe de bal te spelen). Balbezit tegenpartij voor een inworp vanachter de eindlijn (niet vanachter het bord) en in geval de overtreding plaatsvond op een pass, dan ook een nieuwe schotklok (nieuwe 24 seconden).
Dubbel fout (art. 35)
Deze was in geheel niet opgenomen.
De definitie van de dubbel fout is aangescherpt:
“Een dubbel fout is een situatie waarbij twee tegenstanders zo goed als gelijktijdig persoonlijke fouten op elkaar maken.”
Voorheen werd in het midden gelaten om wat voor soort fouten het ging.
Diskwalificerende fout (art. 37)
N.B. toegevoegd.
Een speler met twee (2) ‘onsportieve fouten’ dient te worden gediskwalificeerd.
N.B.: Op het scoresheet hoeft niet nog een extra D te worden geschreven (vergelijk met diskwalificatie voor een coach op basis van Coach en/of Bank fouten). Wél de geëigende procedure te volgen als bij rechtstreekse diskwalificerende fout; d.w.z. dat de speler naar de kleedkamer wordt gestuurd en er een rapport geschreven moet worden.
Technische fout (art. 38)
Straf iets aangescherpt. N.B. toegevoegd.
Straf: twee (2) vrije worpen en balbezit middenlijn of twee (2) vrije worpen gevolgd door een ‘sprongbal’ (bij aanvang wedstrijd); ongeacht of het tegen een speler of de coach (B en C-fout) is.
Interpretatie: De situatie waarbij een speler met zes (6) fouten aan het spel blijft deelnemen, is wederom als interpretatie opgevoerd, met dit verschil, dat de fout ten laste van de coach thans met ‘B’-notatie plaatsvindt (er voor zorgdragen, dat deze situatie jou dit niet overkomt).
N.B. Voorheen was dit een ‘C-fout’.
Vechten (art. 39)
Ingeval van vechten, wordt de wedstrijd voortgezet met een inworp vanaf de middenlijn tegenover de jurytafel, door de ploeg in ‘balbezit’ vóór het incident had plaatsgevonden. Er wordt geen nieuwe 24- secondenperiode toegekend.
Herstelbaar verkeerde beslissingen (art. 44.2.5)
Deze was in geheel niet opgenomen.
Het vervolg van het spel is aangepast bij een herstelbare verkeerde beslissing daar waar het gaat om onterecht toegekende vrije worpen, dan wel om vrije worden genomen door de verkeerde speler:
Ø Als de wedstrijdklok nog niet heeft gelopen na de vergissing, dan wordt de bal toegekend aan de ploeg van wie de vrije worpen worden geannuleerd.
Ø Als de wedstrijdklok is gestart na de vergissing, dan wordt de bal toegekend aan de ploeg die recht had op de bal ten tijde van de vergissing, in geval:
· de ploeg in (dan wel recht heeft op) balbezit op het moment dat de vergissing werd ontdekt, dezelfde ploeg is op het moment dat de vergissing optrad;
· geen van beide ploegen heeft balbezit op het moment dat de vergissing wordt ontdekt.
Ø Als de wedstrijdklok is gestart na de vergissing en op het moment dat de vergissing wordt ontdekt en de ploeg in (dan wel met recht op) balbezit is de tegenstander van de ploeg die balbezit had ten tijde van het optreden van de vergissing, dan ontstaat er een sprongbalsituatie.
Ø Als de wedstrijdklok is gestart na de vergissing en op het moment dat de vergissing wordt ontdekt vindt er een fout plaats waaruit vrije worpen volgen, dan worden deze vrije worpen genomen, waarna de bal zal worden toegekend aan de ploeg die balbezit had ten tijde van de vergissing.
(Voorbeelden aan einde)
Blessure scheidsrechter (art. 47.5)
Een geblesseerde scheidsrechter krijgt vijf (5) minuten de tijd om te herstellen (was 10 minuten).
Taken tijdwaarnemer (art. 49.4)
De tijdwaarnemer dient de onderbreking van de wedstrijd als volgt vast te stellen:
- door middel van het starten van een tijdklok ná beëindiging van de voorgaande periode of verlenging
- door zijn signaal achtereenvolgens drie (3) minuten, één (1) minuut en dertig (30) seconden vóór aanvang van de eerste (1e) en derde (3e) periode te laten klinken
- door zijn signaal dertig (30) seconden vóór aanvang van de tweede (2e) en vierde (4e) periode en vóór aanvang van iedere verlenging te laten klinken.
Taken 24-secondenopereator (art. 50.5)
Het signaal van de 24-secondenoprator stopt de wedstrijdklok niet, noch maakt het ‘de bal dood’, tenzij een ploeg ‘balbezit’ heeft.
Arbitragetechniek (twee-mans arbitrage)
Scheidsrechters wisselen wel/niet van plaats na een fout (§ 7.4)
De scheidsrechters dienen na iedere fout van plaats te verwisselen, tenzij:
- er door de ‘leidende scheidsrechter’ (‘lead’) voor een ‘aanvallende fout’ is gefloten ( de ‘lead’ wordt de nieuwe ‘trail’ en omgekeerd)
- er door de ‘volgende scheidsrechter’ (trail) voor een ‘verdedigende fout’ is gefloten ( ‘lead’ en ‘trail’ behouden hun status).
Taken leidende scheidsrechter (§ 8.2 – diagram-155)
Omschrijving aangescherpt. N.B. toegevoegd.
Het is de ‘leidende scheidsrechter’ (‘lead’) die bij alle vrije worpen het aantal nog te nemen vrije worpen aangeeft en de bal door middel van een bounce pass aan de nemer van de vrije worp ter beschikking stelt.
N.B. De ‘volgende scheidrechter’ (‘trail’) blijft tijdens de vrije worpen aangeven hoeveel vrije worpen (inclusief de huidige) er nog te nemen zijn (zie § 8.1 – diagram-154).
Vrouwenbal
Specificaties en kleur (oranje) voor de vrouwenbal, staan onder ‘Uitrusting’ vermeld.
Controle bal: identiek aan die voor de mannen.
Voorbeelden bij de herstelbaar verkeerde beslissing
Aan ploeg A, speler A1, worden ten onrechte 2 vrije worpen toegekend…
Nog voor de wedstrijdklok heeft gelopen wordt de vergissing ontdekt.
è De vrije worpen worden geannuleerd en het spel wordt vervolgd met een inworp voor ploeg A.
Na de laatste vrije worp is de wedstrijdklok gestart (na inworp als raak, dan wel rebound) en op een gegeven moment gaat de bal uit na het laatst te zijn aangeraakt door B3, zodat ploeg A recht heeft op balbezit.
è De vrije worpen worden geannuleerd en het spel wordt vervolgd met een inworp voor ploeg A.
Na de laatste vrije worp is de wedstrijdklok gestart (na inworp als raak, dan wel rebound) en op het moment dat de vergissing wordt ontdekt heeft geen van beide ploegen (recht op) balbezit.
è De vrije worpen worden geannuleerd en het spel wordt vervolgd met een inworp voor ploeg A.
Na de laatste vrije worp is de wedstrijdklok gestart (na inworp als raak, dan wel rebound) en op een gegeven moment gaat de bal uit na het laatst te zijn aangeraakt door A3, zodat ploeg B recht heeft op balbezit.
è De vrije worpen worden geannuleerd en het spel wordt vervolgd op basis van de BBP als gevolg van de ontstane sprongbalsituatie
Na de laatste vrije worp is de wedstrijdklok gestart (na inworp als raak, dan wel rebound) en op een gegeven moment is A4 bezig met een doelpoging (2-punten) als B5 een fout maakt op A4 (doelpoging is mis).
è De eerdere vrije worpen worden geannuleerd; de vrije worpen voor A3 worden uitgevoerd en ploeg A krijgt de bal toegewezen voor een inworp.
Na de laatste vrije worp is de wedstrijdklok gestart (na inworp als raak, dan wel rebound) en op een gegeven moment is B2 bezig met een doelpoging (2-punten) als A4 een fout maakt op B2 (doelpoging slaagt).
è De eerdere vrije worpen worden geannuleerd; 2 punten worden toegekend aan ploeg B, evenals de bonus vrije worp, waarna ploeg A de bal krijgt toegewezen voor een inworp.
Wanneer er een inworp volgt uit één van bovenstaande situatie, dan dient deze genomen te worden bij het punt het dichtst bij de plek waar de fout plaatsvond die leidde tot de vergissing.
Laatst aangepast (maandag, 19 oktober 2009 21:54)